Samen voor een wereld zonder moedersterfte!

Moedersterfte in Nederland:

 
 
 
 

Maternale sterfte en ernstige maternale morbiditeit in Nederland

Maternale sterfte is wereldwijd een zeer groot gezondheidsprobleem. In Nederland is moedersterfte zeldzaam, net als in andere westerse landen. Het is echter wel een dramatische gebeurtenis voor iedereen die hierbij betrokken is en het spreekt voor zich dat er alles aan gedaan wordt om dit tot een minimum te beperken.

Recent zijn er twee promotie-onderzoeken verschenen over moedersterfte en ernstige ziekte tijdens zwangerschap en bevalling. Hier kunt u de belangrijkste conclusies lezen.

Verbetering van zorg n.a.v. moedersterfte

Ondanks dat maternale sterfte weinig voorkomt in Nederland, is het van belang om te analyseren hoe frequent het voorkomt. Moedersterfte is immers een belangrijke maat van de kwaliteit van verloskundige zorg in een land. De auditcommissie maternale sterfte is daarom in de jaren ‘80 ingesteld door de beroepsvereniging van gynaecologen om alle sterfgevallen te analyseren. Daarnaast wordt in westerse landen steeds meer ook ernstige maternale morbiditeit –‘bijna-sterfte’- in kaart gebracht.

Maar het alleen in kaart brengen van aantallen sterfgevallen leidt niet tot verbetering van zorg. Daarvoor is het essentieel om een precieze analyse te maken van de gang van zaken bij élke moedersterfte. Factoren die in negatieve of juist positieve zin hebben bijgedragen aan de uitkomst, kunnen leiden tot leerpunten. Deze leerpunten worden verwerkt in aanbevelingen, die opgenomen kunnen worden in nieuwe richtlijnen.

Proefschrift moedersterfte Joke Schutte, 2010

Moedersterfte direct door de zwangerschap

De maternale sterfte in Nederland was de laatste decennia stabiel laag, maar is de laatste jaren iets toegenomen. In de periode 1993-2005 overleden 414 vrouwen, dat komt neer op ongeveer 20 tot 25 vrouwen per jaar. Bij 236 vrouwen was sprake van directe sterfte, dat wil zeggen dat het overlijden direct door de zwangerschap werd veroorzaakt. Het grootste deel hiervan werd veroorzaakt door zwangerschapsvergiftiging, gevolgd door trombose, infecties en bloedingen.

Sterfte door zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) is de laatste jaren gelukkig gedaald. Dit is mogelijk het gevolg van een actiever beleid bij vrouwen met zwangerschapsvergiftiging. Wel is de sterfte door deze oorzaak in Nederland nog wel tweemaal zo hoog als in Engeland. Alertheid blijft dus geboden.

Moedersterfte door een al bestaande ziekte

Bij 97 vrouwen was sprake van indirecte sterfte, waarbij een al bestaande ziekte verergert door de zwangerschap, vooral bij vrouwen met hart- en vaatziekten. Met name in deze groep wordt de laatste jaren een stijging van de moedersterfte gezien.

Proefschrift Veilig Moederschap Joost Zwart 2009

Net-niet-sterfte

Ernstige maternale morbiditeit (ernstige complicaties bij de moeder tijdens zwangerschap, bevalling of kraambed) is in de periode 2004-2006 voor het eerst geregistreerd in Nederland. Het komt voor bij 7 van de 1000 zwangeren. Door tijdige herkenning en adequate behandeling overlijden vrouwen slechts zelden (1 op de 53) aan deze complicaties.

De meest voorkomende complicatie is ernstig bloedverlies direct na de bevalling. Hierdoor hebben per jaar ongeveer 800 vrouwen een bloedtransfusie nodig van minimaal 4 eenheden bloed, en bij 50 vrouwen per jaar is het zelfs noodzakelijk om de baarmoeder te verwijderen. Epileptische insulten als ernstige uiting van zwangerschapsvergiftiging zijn zeldzaam (6 op de 10.000 zwangeren), maar komen in Nederland duidelijk vaker voor dan in andere westerse landen. Door deze en andere onderzoeken en door veel aandacht voor dit probleem wordt deze complicatie momenteel met succes teruggedrongen.

Verhoogd risico op moedersterfte

Belangrijke risicofactoren voor moedersterfte waren hogere leeftijd (ouder dan 35 jaar), overgewicht, bevallen per keizersnede en etniciteit.

Zwangere vrouwen in Nederland zijn gemiddeld iets ouder dan in andere landen. Vrouwen die niet oorspronkelijk uit Nederland kwamen hadden een twee keer verhoogd risico op maternale sterfte en 30% meer kans op ernstige complicaties. Dit geldt in het bijzonder voor vrouwen afkomstig uit Afrika onder de Sahara, Azië, de Nederlandse Antillen en Suriname, terwijl Marokkaanse en Turkse vrouwen gemiddeld geen verhoogd risico liepen. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door factoren als verblijfsduur in Nederland, (on)bekendheid met het Nederlandse zorgsysteem, kennis van de taal en cultuur en omvang van het sociale netwerk.

Bronnen

Proefschrift Joke Schutte, Amsterdam, 2010

Proefschrift Joost Zwart, Leiden, 2009